Knopf

noun
knop
B1

Knopf is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘knoop’ of ‘knop’. Meervoud: Knöpfe, met klinkerwisseling. Genitief enkelvoud: des Knopfes. Het volgt de sterke mannelijke verbuiging. Veelgebruikt in het dagelijks leven en in techniek.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Der Knopf ist abgefallen.
De knoop is eraf gevallen.
An deiner Jacke fehlt ein Knopf.
Er ontbreekt een knoop aan je jas.
Die Mutter nähte den Knopf an die Jacke, damit die Jacke nicht offen blieb.
De moeder naaide de knoop aan de jas, zodat de jas niet open bleef.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALKnöpfe

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativeder Knopfdie Knöpfe
genitivedes Knopfesder Knöpfe
dativedem Knopfden Knöpfen
accusativeden Knopfdie Knöpfe

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️stel je een ronde knop voor die op een overhemd is genaaid
👂klinkt als «knop» — kort en rond als een knop
⚧️der Knopf — «der» zoals bij andere kleine concrete dingen (denk aan «der Ball», «der Knopf»)

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Veelvoorkomend zelfstandig naamwoord voor een kleding- of apparaatknop. Meervoud: «Knöpfe».

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS