noun
knop
B1
Knopf is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘knoop’ of ‘knop’. Meervoud: Knöpfe, met klinkerwisseling. Genitief enkelvoud: des Knopfes. Het volgt de sterke mannelijke verbuiging. Veelgebruikt in het dagelijks leven en in techniek.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Knopf ist abgefallen.
De knoop is eraf gevallen.
An deiner Jacke fehlt ein Knopf.
Er ontbreekt een knoop aan je jas.
Die Mutter nähte den Knopf an die Jacke, damit die Jacke nicht offen blieb.
De moeder naaide de knoop aan de jas, zodat de jas niet open bleef.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
stel je een ronde knop voor die op een overhemd is genaaid
klinkt als «knop» — kort en rond als een knop
der Knopf — «der» zoals bij andere kleine concrete dingen (denk aan «der Ball», «der Knopf»)
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelvoorkomend zelfstandig naamwoord voor een kleding- of apparaatknop. Meervoud: «Knöpfe».