noun
woonkamer, zitkamer
A2
Wohnzimmer betekent woonkamer of zitkamer, de ruimte om te ontspannen en samen te zijn. Onzijdig zelfstandig naamwoord: das Wohnzimmer, meervoud die Wohnzimmer. Het meervoud verandert niet. Vaak met in: im Wohnzimmer.
Voorbeelden
Wir sitzen im Wohnzimmer und sehen fern.
We zitten in de woonkamer en kijken tv.
Die Familie stellte neue Möbel ins Wohnzimmer, nachdem der Maler die Wände gestrichen hatte.
De familie zette nieuw meubilair in de woonkamer nadat de schilder de muren had geschilderd.
Wir treffen uns im Wohnzimmer zum Filmabend.
We komen samen in de woonkamer voor een filmavond.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een gezellige woonkamer voor met een bord ‘Wohnzimmer’.
denk aan ‘wohn’ (wonen) + ‘zimmer’ (kamer) — woonkamer.
het = onzijdig (stel je een blauw bordje voor met ‘das Wohnzimmer’).
Opmerkingen
Samenstelling van ‘wohnen’ (wonen) en ‘Zimmer’ (kamer). Het meervoud is vaak identiek: ‘Wohnzimmer’.