particle
weg-, af-, ver-
B1
weg- is een scheidbaar voorvoegsel/deeltje met de betekenis ‘weg, vandaan, verwijderen’. Je ziet het in werkwoorden als weggehen en wegnehmen. In een hoofdzin staat het losse deel achteraan: Er geht weg. Het verandert niet en vormt nieuwe werkwoorden.
Voorbeelden
Das Präfix 'weg-' bedeutet 'away-' und zeigt Entfernung an.
Het voorvoegsel 'weg-' betekent 'away-' en geeft afstand aan.
In 'weglaufen' steht das 'weg-' für 'away-'.
In 'weglaufen' staat 'weg-' voor 'away-'.
Der Lehrer erläuterte das Präfix 'weg-', weil die Schüler die trennbaren Verben sonst falsch verwendeten.
De leraar legde het voorvoegsel 'weg-' uit, omdat de leerlingen anders de scheidbare werkwoorden verkeerd gebruikten.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een pijl voor die van een stip af wijst; de pijl is het voorvoegsel 'weg-' dat 'away-' aangeeft.
Denk aan het Engelse 'way' (weg) — 'weg' betekent vaak beweging weg van iets.
Opmerkingen
Deze ingang is een affix/prefix. Het is geen los woord, maar wordt aan werkwoorden en andere woorden vastgemaakt (bijv. weglaufen, wegwerfen) om beweging weg van iets of verwijdering aan te geven.