wehtun

verb
pijn doen, pijn hebben, zeer doen
A1

wehtun (weh tun) is een scheidbaar werkwoord en betekent ‘pijn doen’, ‘pijn hebben’ of ‘verwonden’. Voltooid deelwoord: wehgetan; verleden tijd: tat weh; perfectum met haben. Het kan wederkerend zijn (sich weh tun) of onpersoonlijk met datief: Mir tut der Kopf weh.

Voorbeelden

Der Patient sagte, dass es weniger wehgetan hätte, wenn die Ärztin die Medikamente früher verabreicht hätte.
De patiënt zei dat het minder pijn zou hebben gedaan als de arts de medicijnen eerder had toegediend.
Mein Knie tat weh.
Mijn knie deed pijn.
Mein Kopf tut weh.
Ik heb hoofdpijn.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarJa
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
Stamveranderingenpreterite stem tat-; participle wehgetan

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es tut weh
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es tat weh
Perfekter/sie/es hat wehgetan

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat je een pijnlijke plek aanraakt en «au» zegt — het «tut weh».
👂weh ~ «wee» (denk: het gaat «wee» door je heen) — helpt om «pijn doen» te onthouden.

Opmerkingen

« wehtun » wordt vaak onpersoonlijk gebruikt (Mir tut der Kopf weh / Ik heb hoofdpijn). Het voltooid deelwoord is «wehgetan». Het tegenwoordig deelwoord wordt in het Duits zelden gebruikt en is daarom leeg gelaten in de deelwoorden-entry. | Passieve vervoegingen zijn niet van toepassing op dit onovergankelijke werkwoord en zijn als zodanig gemarkeerd in de vervoegingsblokken.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek

ichtue weh
dutust weh
er/sie/estut weh
wirtun weh
ihrtut weh
sie/Sietun weh
ichtue weh
dutuest weh
er/sie/estue weh
wirtun weh
ihrtut weh
sie/Sietun weh
ichwürde weh tun
duwürdest weh tun
er/sie/eswürde weh tun
wirwürden weh tun
ihrwürdet weh tun
sie/Siewürden weh tun
duTu nicht weh
ihrTut nicht weh
SieTun nicht weh