adjective
verwant, gerelateerd, verwant aan
B1
verwandt is een bijvoeglijk naamwoord: ‘verwant’, ‘verwant aan’, ‘gerelateerd’. Het gaat vaak om familiebanden of om inhoudelijke gelijkenis. Gebruik: mit jemandem verwandt sein. Vergelijking: verwandter, am verwandtesten. Tegenovergestelde: fremd.
Voorbeelden
Er ist mit mir verwandt; wir sind Cousins.
Hij is familie van mij; we zijn neven.
Die Ärzte entdeckten, dass die Krankheiten verwandt waren, obwohl die Symptome unterschiedlich erschienen.
De artsen ontdekten dat de ziekten verwant waren, hoewel de symptomen verschillend leken.
Seine Theorie ist der klassischen Lehre verwandt, aber moderner umgesetzt.
Zijn theorie is verwant aan de klassieke leer, maar moderner uitgewerkt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je twee stambomen voor waarvan de takken elkaar raken — ze zijn ‘verwandt’ (verwant).
klinkt als ‘fur-vant’ — denk aan ‘for-kin’ (verwant)
Opmerkingen
Wordt gebruikt voor familiebanden (bloedverwantschap) en figuurlijke gelijkenis (ideeën, concepten). Het is gradabel, maar wordt in alledaags taalgebruik niet vaak in de vergrotende trap gebruikt.