noun
link, verwijzing, koppeling
A2
Link (m.) betekent meestal een internetlink of een verbinding. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Link; meervoud: die Links. Gewone verbuiging, met genitief des Links. Ontleend aan het Engels en heel gebruikelijk in IT en alledaagse taal: auf einen Link klicken.
Voorbeelden
Ich schicke dir den Link zur Webseite per E-Mail.
Ik stuur je de link naar de website per e-mail.
Es gibt eine klare Verbindung zwischen den beiden Ideen; der Link ist offensichtlich.
Er is een duidelijke verbinding tussen de twee ideeën; de link is duidelijk.
Der Lehrer schickte den Link, damit die Schüler den Artikel lesen konnten.
De leraar stuurde de link zodat de leerlingen het artikel konden lezen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kettingschakel-icoon voor waarop je klikt
Hetzelfde als het Engelse „link” — makkelijk te onthouden
der Link — mannelijk: stel je een mannelijke mascotte voor die naar een link wijst
Opmerkingen
In computertaal is „Link” heel gebruikelijk; het meervoud is meestal „Links”. Sommige sprekers gebruiken mogelijk het onzijdig, maar het mannelijk „der Link” is wijdverbreid.