verabreden

verb
afspreken, een afspraak maken, overeenkomen
A2

Werkwoord met de betekenis ‘afspreken’, ‘een afspraak maken’ of ‘overeenkomen’. Reflexief: sich verabreden mit + datief = met iemand afspreken. Niet-reflexief: verabreden etwas = iets afspreken. Regelmatig zwak werkwoord, voltooid deelwoord verabredet, met haben.

Voorbeelden

Ich habe einen Termin mit dem Arzt verabredet.
Ik heb een afspraak met de dokter gemaakt.
Wir haben uns für morgen verabredet.
We hebben voor morgen afgesproken.
Ich verabrede mich mit dir.
Ik spreek met je af.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es verabredet
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es verabredete
Perfekter/sie/es hat verabredet

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je twee mensen voor die naar een kalender wijzen en knikken terwijl ze «verabreden» zeggen — een beeld van een afspraak maken.
👂Denk aan «ver» + «a» + «reden» — «reden» betekent «praten», dus «praten om af te spreken».

Opmerkingen

«verabreden» wordt vaak wederkerig gebruikt (sich mit jemandem verabreden = met iemand afspreken). Niet-wederkerig kan het betekenen dat men iets afspreekt of vastlegt (etwas verabreden). Voor formele afspraken gebruiken Duitsers vaak «einen Termin vereinbaren» in plaats van «verabreden».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichverabrede
duverabredest
er/sie/esverabredet
wirverabreden
ihrverabredet
sie/Sieverabreden
ichwerde verabredet
duwirst verabredet
er/sie/eswird verabredet
wirwerden verabredet
ihrwerdet verabredet
sie/Siewerden verabredet
ichverabrede
duverabredest
er/sie/esverabrede
wirverabreden
ihrverabredet
sie/Sieverabreden
ichwerde verabredet
duwerdest verabredet
er/sie/eswerde verabredet
wirwerden verabredet
ihrwerdet verabredet
sie/Siewerden verabredet
ichwürde verabreden
duwürdest verabreden
er/sie/eswürde verabreden
wirwürden verabreden
ihrwürdet verabreden
sie/Siewürden verabreden
ichwürde verabredet werden
duwürdest verabredet werden
er/sie/eswürde verabredet werden
wirwürden verabredet werden
ihrwürdet verabredet werden
sie/Siewürden verabredet werden
duverabrede
ihrverabredet
Sieverabreden