verb
overdrijven, overdrijven en, te ver gaan
B1
übertreiben is een sterk werkwoord en betekent ‘overdrijven’ of ‘te ver gaan’. Präteritum: übertrieb; voltooid deelwoord: übertrieben. Het vormt het perfekt met haben. Niet-reflexief, vaak met een object of onpersoonlijk: es übertreiben. Veelgebruikt in spreektaal.
Voorbeelden
Du hast übertrieben.
Je hebt overdreven.
Er neigt dazu, seine Erfolge zu übertreiben, um besser zu wirken.
Hij heeft de neiging zijn successen te overdrijven om beter over te komen.
Er übertrieb maßlos.
Hij overdrijft enorm.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat iemand in een vissersverhaal een kleine vis verandert in een enorme vis (overdrijving).
Denk aan «over-tribe» — stel je voor dat je een «te» groot verhaal aan een hele stam vertelt (overdrijven).
Opmerkingen
Sterk werkwoord met onregelmatige verleden vormen (Präteritum: übertrieb, Partizip II: übertrieben). Vaak gebruikt in contexten van spreken, beschrijvingen of klachten over overdaad.