verb
beledigen, beledigen/kwetsen
B1
beleidigen betekent ‘beledigen’ of ‘kwetsen’. Het is een regelmatig zwak werkwoord met haben. Het is transitief en krijgt een lijdend voorwerp in de accusatief: jemanden beleidigen. Niet wederkerig en niet scheidbaar. Voor ‘zich beledigd voelen’ gebruik je sich beleidigt fühlen.
Voorbeelden
Ich habe mich beleidigt gefühlt.
Ik voelde me beledigd.
Er wollte sie nicht beleidigen.
Hij wilde haar niet beledigen.
Der Kollege beleidigte die Mitarbeiterin, obwohl er später eine offizielle Entschuldigung aussprach.
De collega beledigde de medewerkster, hoewel hij later officieel zijn excuses aanbood.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je woorden voor die iemand raken alsof een deksel hard wordt dichtgeslagen — dat is een belediging.
think 'be-lid-igen' — imagine someone lifting a 'lid' off respect to insult someone
Opmerkingen
Een zwak transitief werkwoord. Voltooid deelwoord: ‘beleidigt’. Vaak wederkerend gebruikt in de spreektaal? Meestal niet-wederkerend: ‘jemanden beleidigen’.