verb
vervelen, zich vervelen
B1
langweilen is een regelmatig werkwoord met de betekenis „iemand vervelen”; reflexief sich langweilen betekent „zich vervelen”. Het is niet-scheidbaar en vormt het perfectum met haben: ich habe gelangweilt / ich habe mich gelangweilt. Veel gebruikt in alledaagse taal.
Voorbeelden
Ich langweile mich nicht.
Ik verveel me niet.
Der Vortrag langweilte die Besucher, obwohl der Redner viele Beispiele nannte.
De lezing verveelde de bezoekers, hoewel de spreker veel voorbeelden gaf.
Ich langweile mich im Wartezimmer.
Ik verveel me in de wachtkamer.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een lange, langzaam tikkende klok voor die mensen doet gapen — een ‘lange tijd’ die verveelt.
Klinkt als ‘long while’ — als iets een ‘lange tijd’ duurt, kan het je vervelen.
N/A
Opmerkingen
Het werkwoord kan transitief zijn (jemanden langweilen = iemand vervelen) of wederkerend gebruikt worden (sich langweilen = zich vervelen). Gebruik in de voltooide tijd «gelangweilt» met hulpwerkwoord «haben».