verb
missen, verlangen naar, iemand/iets missen
B1
vermissen is een regelmatig, niet-scheidbaar werkwoord met haben. Het betekent ‘iemand of iets missen’, ‘het gemis voelen’. Het krijgt een lijdend voorwerp in de accusatief: jemanden/etwas vermissen. Let op: Er wird vermisst = ‘hij wordt vermist’.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er vermisste seine Familie.
Hij miste zijn familie.
Er vermisst seine Kindheit und spricht oft davon.
Hij mist zijn jeugd en praat er vaak over.
Seit dem Umzug vermisste der Sohn seine Freunde, weil er niemanden in der neuen Schule kannte.
Sinds de verhuizing miste de zoon zijn vrienden, omdat hij niemand kende op de nieuwe school.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een gescheurde foto voor (een ontbrekend stukje) met het label «ver-miss-en» om het missen van iemand op te roepen.
Klinkt een beetje als Engels «ver-miss-en» — denk aan «miss» om «missen» te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
« vermissen » is een transitief werkwoord (je mist iemand/iets). In gesprekken zeggen Duitsers vaak «ich habe dich vermisst» om «ik heb je gemist» te zeggen.