Tasche

noun
tas, zak, zakje
A1

vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tasche betekent tas of, afhankelijk van de context, zak. Meervoud: die Taschen. Heel gebruikelijk in het dagelijks leven. Voorbeelden: in der Tasche, etwas in die Tasche stecken. De context bepaalt de betekenis.

Voorbeelden

Ich habe mein Telefon in der Tasche.
Ik heb mijn telefoon in de tas.
Ich habe meine Tasche im Zug vergessen.
Ik ben mijn tas in de trein vergeten.
Die Tasche der Jacke ist sehr klein.
De zak van de jas is erg klein.

Details

MeervoudTaschen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Taschedie Taschen
genitiveder Tascheder Taschen
dativeder Tascheden Taschen
accusativedie Taschedie Taschen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een handtas of een jaszak voor.
⚧️die — stel je een handtas met een vrouwelijk lint voor om «die Tasche» te onthouden.

Opmerkingen

«Tasche» betekent meestal «tas»; afhankelijk van de context kan het ook «zak» betekenen.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek