noun
tas, zak, zakje
A1
vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tasche betekent tas of, afhankelijk van de context, zak. Meervoud: die Taschen. Heel gebruikelijk in het dagelijks leven. Voorbeelden: in der Tasche, etwas in die Tasche stecken. De context bepaalt de betekenis.
Voorbeelden
Ich habe mein Telefon in der Tasche.
Ik heb mijn telefoon in de tas.
Ich habe meine Tasche im Zug vergessen.
Ik ben mijn tas in de trein vergeten.
Die Tasche der Jacke ist sehr klein.
De zak van de jas is erg klein.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een handtas of een jaszak voor.
die — stel je een handtas met een vrouwelijk lint voor om «die Tasche» te onthouden.
Opmerkingen
«Tasche» betekent meestal «tas»; afhankelijk van de context kan het ook «zak» betekenen.