noun
neef
B1
Neffe (m.) betekent ‘neef’ in de zin van ‘nephew’/‘oomzegger’. Meervoud: Neffen. Het is een zwak verbogen zelfstandig naamwoord: in de meeste naamvallen komt er -n/-en bij (des Neffen, dem Neffen).
Voorbeelden
Die Frau besuchte ihren Neffen, weil er vor kurzem in die Stadt zog.
De vrouw bezocht haar neef omdat hij onlangs naar de stad verhuisde.
Mein Neffe besucht uns jeden Sommer.
Mijn neef komt ons elke zomer bezoeken.
Mein Neffe ist der Sohn meiner Schwester.
Mijn neef is de zoon van mijn zus.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je zus haar kleine zoon vasthoudt en label hem als «mijn Neffe».
nephew — «Neffe» lijkt op «nephew» (beide beginnen met «ne»).
der Neffe — stel je een mannelijke neef voor die een ballon in de vorm van een ‘d’ vasthoudt.
Opmerkingen
Veelvoorkomende familiewoordenschat; het meervoud is «Neffen».