Enkel

noun
kleinzoon, kleinkinderen
B1

Enkel (der) betekent „kleinzoon”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord met meervoud die Enkel, zonder verandering. Genitief enkelvoud: des Enkels. In familieverband komt ook de vrouwelijke vorm Enkelin voor.

Voorbeelden

Mein Enkel besucht mich jedes Wochenende.
Mijn kleinzoon komt me elk weekend bezoeken.
Die Großeltern besuchten ihren Enkel, als er aus dem Krankenhaus entlassen wurde.
De grootouders bezochten hun kleinzoon toen hij uit het ziekenhuis werd ontslagen.
Die Enkel kommen zur Feier am Wochenende.
De kleinkinderen komen dit weekend naar het feest.

Details

MeervoudEnkel

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Enkeldie Enkel
genitivedes Enkelsder Enkel
dativedem Enkelden Enkeln
accusativeden Enkeldie Enkel

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een grootvader voor die zijn kleine «Enkel» (kleinzoon) op schoot houdt.
👂«Enkel» lijkt een beetje op «uncle», maar onthoud dat het eigenlijk «kleinzoon» betekent (mannelijk familielid).
⚧️Der Enkel — mannelijk; denk aan «der» zoals bij andere -el-woorden (der Vogel, der Apfel).

Opmerkingen

De vorm «Enkel» kan enkelvoud zijn (kleinzoon) of meervoud (kleinkinderen) afhankelijk van de context. Het meervoud is gelijk in nominatief/accusatief.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek