verb
toeteren, claxonneren
B1
hupen betekent ‘toeteren’ of ‘claxonneren’. Het is een regelmatig zwak werkwoord: voltooid deelwoord gehupt, perfectum met haben. Het is niet wederkerend en niet scheidbaar. Vooral gebruikt in het verkeer als waarschuwingssignaal. Zelfstandig naamwoord: die Hupe.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Als der Bus anfuhr, hupte er zweimal.
Toen de bus vertrok, toeterde hij twee keer.
Der Fahrer hupte, um die Fußgänger zu warnen.
De bestuurder toeterde om de voetgangers te waarschuwen.
Ich hupe nicht.
Ik toeter niet.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een auto voor die een kort ‘hup hup’-geluid maakt met de claxon.
Klinkt als ‘hoop’ met een ‘n’ — denk aan het korte claxongeluid ‘hup’.
niet van toepassing
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Regelmatig zwak werkwoord dat het geluid van een claxon betekent. Vaak onovergankelijk gebruikt (es wird gehupt) in alledaagse contexten. Onovergankelijk werkwoord; de persoonlijke lijdende vorm (met een grammaticaal onderwerp zoals ‘ich/du/...’) wordt doorgaans niet gebruikt — alleen de onpersoonlijke lijdende vorm (es wird gehupt) is gebruikelijk, daarom zijn persoonlijke passieve vormen gemarkeerd als niet van toepassing.