noun
verslaving, drang, begeerte
B1
Sucht (die, meervoud: Süchte) betekent ‘verslaving’, ‘afhankelijkheid’ of sterke drang. Vaak in de combinatie Sucht nach + datief, bijvoorbeeld Sucht nach Drogen. Het meervoud Süchte krijgt umlaut. Ook figuurlijk mogelijk.
Voorbeelden
Viele Familien litten unter der Sucht eines Angehörigen, weil die Behandlung zu teuer war.
Veel gezinnen leden onder de verslaving van een familielid, omdat de behandeling te duur was.
Er kämpft mit seiner Sucht nach Nikotin.
Hij worstelt met zijn nicotineverslaving.
Nach dem Essen verspürte sie eine starke Sucht nach Schokolade.
Na de maaltijd voelde ze een sterke trek in chocolade.
Details
Ezelsbruggetjes
een persoon die steeds weer naar chocolade grijpt met het woord ‘Sucht’ erboven
klinkt als ‘sought’ — stel je iemand voor die voortdurend zoekt naar iets wat hij niet kan laten willen
die — stel je een kleine ‘die’ (dobbelsteen) roze geschilderd (vrouwelijk) naast de drang voor
Opmerkingen
Wordt zowel gebruikt voor klinische verslaving (alcohol, drugs) als voor sterke, gewoontematige verlangens. Het enkelvoud is gebruikelijk; het meervoud «Süchte» komt minder vaak voor.