noun
hart, moed, dapperheid
B1
Herz is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Herz. Het betekent eerst en vooral „hart” als orgaan, en figuurlijk ook „moed” of „gevoel”. Meervoud: die Herzen. Let op de onregelmatige genitief: des Herzens. Veel gebruikt in uitdrukkingen en samenstellingen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er hat viel Herz und zeigt viel Courage in schwierigen Situationen.
Hij heeft een groot hart en toont veel moed in moeilijke situaties.
Ich habe ein Herz.
Ik heb een hart.
Mein Herz schlägt schnell nach dem Sport.
Mijn hart klopt snel na het sporten.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
stel je een felrood hart (Herz) voor dat klopt in de borst
Herz klinkt als «hurts» — denk aan een hart dat pijn kan doen
das Herz is onzijdig — stel je een klein neutraal grijs hart voor met een «das»-label
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Herz wordt zowel letterlijk (orgaan) als figuurlijk (vriendelijkheid, moed) gebruikt. De genitief enkelvoud verschijnt vaak als «des Herzens».