Sturm

noun
storm, onweer, wervelstorm
B1

Sturm is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Sturm, meervoud die Stürme. Betekent storm, zware wind of een hevige gebeurtenis; ook figuurlijk gebruikt. Meervoud met umlaut. Verbuiging: des Sturms, dem Sturm. Veel voorkomend in weerbericht en uitdrukkingen.

Voorbeelden

Die Fähre fuhr später ab, weil wegen des Sturms viele Passagiere verspätet waren.
De veerboot vertrok later omdat veel passagiers door de storm vertraging hadden.
Der Sturm hat viele Bäume umgeweht.
De storm heeft veel bomen omgewaaid.
Der Sturm hat viele Bäume umgeworfen.
De storm heeft veel bomen omvergeblazen.

Details

MeervoudStürme

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Sturmdie Stürme
genitivedes Sturmsder Stürme
dativedem Sturmden Stürmen
accusativeden Sturmdie Stürme

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je harde wind voor die bomen buigt en donkere wolken die snel door de lucht razen.
👂Lijkt op het Engelse «storm» — hetzelfde idee en dezelfde klank.
⚧️der Sturm — stel je een sterke, mannelijke windstoot voor (der) die alles wegvaagt.

Opmerkingen

Sturm wordt gebruikt voor weersstormen en ook figuurlijk (bijv. «ein Sturm der Entrüstung» — een storm van protest). De genitief enkelvoud is meestal «des Sturms» of «des Sturmes» (beide zijn correct).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek