Infektion

noun
infectie
B1

Infektion (v., meervoud: Infektionen) betekent ‘infectie’: het binnendringen van ziekteverwekkers of een plaatselijke aandoening. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord met regelmatig meervoud. Veel gebruikt in medische context, vaak in combinaties als an einer Infektion leiden.

Voorbeelden

Nach der Operation hatte er eine leichte Infektion und musste Antibiotika nehmen.
Na de operatie had hij een lichte infectie en moest hij antibiotica nemen.
Eine Infektion mit diesem Virus kann zu schweren Symptomen führen.
Een infectie met dit virus kan tot ernstige symptomen leiden.
Der Arzt behandelte die Patientin wegen einer Infektion, nachdem sich die Symptome verschlechterten.
De arts behandelde de patiënte wegens een infectie nadat de symptomen verergerden.

Details

MeervoudInfektionen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Infektiondie Infektionen
genitiveder Infektionder Infektionen
dativeder Infektionden Infektionen
accusativedie Infektiondie Infektionen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een rode stip voor die zich verspreidt op een huiddiagram met het label « Infektion ».
👂klinkt als «infection» in het Engels.
⚧️die Infektion — stel je een vrouwelijke verpleegkundige voor die een infectie behandelt om «die» te onthouden.

Opmerkingen

Infektion is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In medische context wordt het vaak met lidwoorden en in het meervoud gebruikt wanneer het om meerdere gevallen gaat (Infektionen).

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek