sterben

verb
sterven, overlijden
A2

sterben betekent ‘sterven, overlijden’. Het is een sterk en onregelmatig werkwoord met klinkerwisseling e → i: du stirbst, er stirbt; verleden tijd starb; voltooid deelwoord gestorben. In de voltooide tijden gebruikt het sein: ich bin gestorben. Niet-reflexief.

Voorbeelden

Viele Menschen sind an der Krankheit gestorben.
Veel mensen zijn aan de ziekte gestorven.
Sein Großvater starb letztes Jahr.
Zijn grootvader stierf vorig jaar.
Der alte Baum ist letzten Winter gestorben.
De oude boom is afgelopen winter gestorven.

Details

Hulpwerkwoordsein
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenPresent stem vowel alternation: e → i (du stirbst, er stirbt); Präteritum stem 'starb', Partizip II 'gestorben'.

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es stirbt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es starb
Perfekter/sie/es ist gestorben

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een kaars voor die uitgaat om « sterben » = sterven te onthouden
👂Klinkt als « stir-ben » — denk aan « stir » als stoppen met bewegen

Opmerkingen

Sterk onregelmatig werkwoord met stamveranderingen (du stirbst, er stirbt; Präteritum ich starb; Partizip II: gestorben). In voltooide tijden wordt « sein » als hulpwerkwoord gebruikt. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichsterbe
dustirbst
er/sie/esstirbt
wirsterben
ihrsterbt
sie/Siesterben
ichsterbe
dusterbest
er/sie/essterbe
wirsterben
ihrsterbet
sie/Siesterben
ichstürbe
dustürbest
er/sie/esstürbe
wirstürben
ihrstürbet
sie/Siestürben
duStirb!
ihrSterbt!
SieSterben (formell)