verb
wekken, wakker maken
A2
wecken betekent „wekken” of „wakker maken”. Het is een regelmatig zwak werkwoord, niet scheidbaar, met haben in de voltooide tijden: weckte, geweckt. Het wordt vooral gebruikt voor iemand anders wakker maken; voor jezelf gebruik je vaak aufwachen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich habe dich geweckt.
Ik heb je wakker gemaakt.
Der Wecker wird mich um sieben Uhr wecken.
De wekker zal me om zeven uur wekken.
Weck mich bitte um sechs Uhr.
Maak me alsjeblieft om zes uur wakker.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een wekker voor die iemand zachtjes wakker maakt.
Denk aan „weck” als aan „wake” — vergelijkbaar geluid en betekenis.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Meestal een transitief werkwoord (iemand wekt iemand). In de voltooide tijden gebruikt het „haben”.