noun
hoest
B1
Husten (der) betekent ‘hoest’ als zelfstandig naamwoord. Het is meestal niet-telbaar; het meervoud blijft Husten. Veelgebruikte combinaties: Husten haben, an Husten leiden. Mannelijk zelfstandig naamwoord; genitief: des Hustens. Vaak in medische en alledaagse context.
Voorbeelden
Ihr Husten störte den Unterricht.
Haar hoesten stoorde de les.
Die Ärztin empfahl Ruhe bei Husten, damit sich die Atemwege schneller erholen konnten.
De arts adviseerde rust bij hoest, zodat de luchtwegen sneller konden herstellen.
Sein Husten wurde lauter, als er erkältet war.
Zijn hoest werd erger toen hij verkouden was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die zijn mond bedekt terwijl hij een kort ‘hust’-geluid maakt.
Klinkt een beetje als ‘hoost-en’ — stel je het ruwe hoestgeluid voor.
mannelijk — onthoud ‘der Husten’ (denk aan een diepe, mannelijk klinkende hoest: ‘der’).
Opmerkingen
Wordt in het Duits vaak als een niet-telbaar zelfstandig naamwoord gebruikt (je zegt meestal «Husten» in plaats van meerdere «Hustens»). | Alleen enkelvoud (niet-telbaar) zelfstandig naamwoord; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.