noun
ster
B1
Stern is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Stern, meervoud die Sterne. Betekent ‘ster’ als hemellichaam en figuurlijk ook een beroemdheid. Sterke verbuiging: des Sterns, dem Stern. Veel gebruikt in astronomie en in beeldende taal.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Am Himmel leuchten viele Sterne.
Er schitteren veel sterren aan de hemel.
In der Nacht leuchten die Sterne am Himmel.
's Nachts schijnen de sterren aan de hemel.
Die Kinder zeigten auf den Stern, während der Himmel klar war und die Sterne deutlich sichtbar waren.
De kinderen wezen naar de ster, terwijl de lucht helder was en de sterren duidelijk zichtbaar waren.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een heldere ster (Stern) voor in de nachtelijke hemel
Stel je een mannelijke astronaut (der) voor die naar een ster wijst — «der Stern» (mannelijk)
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Het meervoud is «Sterne». «Stern» komt voor in uitdrukkingen (bijv. «ein Stern am Himmel») en in samenstellingen (Sternenhimmel).