verb
cadeau geven, schenken
A2
schenken betekent ‘schenken’, ‘cadeau geven’ of ‘iets aanbieden’. Het is een regelmatig zwak werkwoord: geschenkt, met haben in de voltooide tijden. Niet scheidbaar en niet wederkerig. Belangrijke constructie: jemandem etwas schenken, met de ontvanger in de datief.
Voorbeelden
Ich habe dir ein Geschenk geschenkt.
Ik heb je een cadeau gegeven.
Die Firma schenkte den Kunden kleine Aufmerksamkeiten.
Het bedrijf gaf de klanten kleine attenties.
Sie schenkte ihm Blumen.
Ze gaf hem bloemen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat iemand een ingepakt cadeau overhandigt.
schen-ken — denk aan «shank» die een cadeau overhandigt.
Opmerkingen
Een regelmatig werkwoord dat vaak wordt gebruikt voor het geven van cadeaus; de ontvanger staat in de datief en het gegevene in de accusatief. Opmerking: persoonlijke passieve vormen met een menselijk onderwerp (bijv. «ich werde geschenkt») zijn misleidend voor dit werkwoord, omdat de ontvanger normaal gesproken een datief-argument is. Gebruik voor een passief dat op de ontvanger gericht is «beschenkt werden» (bijv. «Ich werde beschenkt»), of vorm het passief met het ding als onderwerp (bijv. «Das Geschenk wird dem Mann geschenkt»).