Scheidung

noun
scheiding, echtscheiding
B1

Scheidung (v.) betekent ‘scheiding’ of ‘echtscheiding’ in juridische en familiale context. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Scheidung. Meervoud: Scheidungen. Regelmatige verbuiging. Komt vaak voor met von of in uitdrukkingen als bei einer Scheidung. Veelgebruikt voor het beëindigen van een huwelijk.

Voorbeelden

Nach langen Diskussionen hat das Paar die Scheidung eingereicht.
Na lange discussies heeft het paar de scheiding aangevraagd.
Die Eltern sprachen lange über die Scheidung, weil die Kinder die Situation verstehen mussten.
De ouders spraken lang over de scheiding, omdat de kinderen de situatie moesten begrijpen.
Die Scheidung hat weitreichende finanzielle Folgen für beide Parteien.
De scheiding heeft verstrekkende financiële gevolgen voor beide partijen.

Details

MeervoudScheidungen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Scheidungdie Scheidungen
genitiveder Scheidungder Scheidungen
dativeder Scheidungden Scheidungen
accusativedie Scheidungdie Scheidungen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je twee trouwringen voor die uit elkaar worden getrokken met een luid «ding» — dat is een Scheidung.
👂klinkt als «shy-doong» — stel je een verlegen «ding» voor dat het einde van een huwelijk aangeeft.
⚧️die: stel je een vrouw (die) voor die scheidingspapieren ondertekent om het vrouwelijke lidwoord te onthouden.

Opmerkingen

Formeel/juridisch zelfstandig naamwoord voor het einde van een huwelijk of een formele scheiding. Vrouwelijk: die Scheidung. Meervoud: Scheidungen.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek