verb
sturen, verzenden
A1
schicken betekent ‘sturen’ of ‘verzenden’. Het is een regelmatig zwak werkwoord: schickte, Partizip II geschickt. Het wordt vervoegd met haben en is niet wederkerig en niet scheidbaar. Veel gebruikt bij post, berichten, e-mails en pakketten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Firma schickte das Paket, obwohl der Kunde um Rückruf gebeten hatte, damit es am Montag zugestellt werden konnte.
Het bedrijf stuurde het pakket, hoewel de klant om een terugbelverzoek had gevraagd, zodat het op maandag kon worden bezorgd.
Ich habe das Paket geschickt.
Ik heb het pakket verstuurd.
Er schickte mir einen Brief.
Hij stuurde me een brief.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je een brief in een envelop stopt met het woord «schicken» op de postzegel.
Klinkt als «chicken», maar denk aan «ship-ken» — iets versturen.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Regelmatig zwak werkwoord. Voltooid deelwoord: « geschickt ».