funktionieren

verb
functioneren, werken
B1

funktionieren betekent ‘functioneren’, ‘werken’ of ‘goed gaan’. Het is een regelmatig zwak werkwoord, niet scheidbaar en niet wederkerig. Perfekt: hat funktioniert. Vaak gebruikt voor apparaten, systemen of plannen: Das Gerät funktioniert.

Voorbeelden

Alles hat gut funktioniert.
Alles werkte goed.
Mein Wecker funktioniert nicht; er hat den Alarm nicht ausgelöst.
Mijn wekker werkt niet; hij heeft het alarm niet afgegaan.
Der Plan funktionierte nicht.
Het plan werkte niet.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es funktioniert
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es funktionierte
Perfekter/sie/es hat funktioniert

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een machine voor met een groen lampje en het label « funktioniert » wanneer hij werkt.
👂Lijkt op het Engelse « function » + « -ieren » — denk aan « functioneren ».

Opmerkingen

Regelmatig, zwak werkwoord. Vaak onpersoonlijk gebruikt met « es » (bijv. « Es funktioniert »). Het voltooid deelwoord gebruikt « haben » + Partizip II: hat funktioniert. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichfunktioniere
dufunktionierst
er/sie/esfunktioniert
wirfunktionieren
ihrfunktioniert
sie/Siefunktionieren
ichfunktioniere
dufunktionierest
er/sie/esfunktioniere
wirfunktionieren
ihrfunktionieret
sie/Siefunktionieren
ichwürde funktionieren
duwürdest funktionieren
er/sie/eswürde funktionieren
wirwürden funktionieren
ihrwürdet funktionieren
sie/Siewürden funktionieren
dufunktioniere!
ihrfunktioniert!
Siefunktionieren!