adjective
scherp, heet, pittig
A2
scharf betekent „scherp” bij een voorwerp of „pikant” bij smaak. De context bepaalt de betekenis. Vergelijking: schärfer, am schärfsten. Tegenwoorden: stumpf, mild. Een veelgebruikt bijvoeglijk naamwoord, ook figuurlijk.
Voorbeelden
Das Messer ist sehr scharf.
Het mes is erg scherp.
Die Sauce ist scharf und würzig.
De saus is pittig en smaakvol.
Die Suppe war zu scharf, weil der Koch zu viel Chili verwendete.
De soep was te pittig, omdat de kok te veel chili gebruikte.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een chilipeper voor die zo scherp is dat hij prikt — ‘scharf’ = pittig/scherp
Klinkt als ‘sharp’ met een ‘s’ — stel je een scherp mes voor
Opmerkingen
De vergrotende trap laat vaak een klinkerverandering zien (schärfer). Kan smaak (pittig) of een rand (scherp) beschrijven.