noun
leider, manager, chef
B1
Leiter (der) betekent ‘leider’, ‘chef’, ‘manager’ of ‘directeur’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Leiter. Meervoud: die Leiter, zonder vormverandering. Genitief: des Leiters; datief meervoud: den Leitern. Niet verwarren met die Leiter = ‘ladder’.
Voorbeelden
Der Leiter des Teams hat die Besprechung geleitet.
De leider van het team leidde de vergadering.
Der Leiter ist für das Budget verantwortlich.
De leidinggevende is verantwoordelijk voor het budget.
Man forderte den Leiter auf, einen Bericht zu schreiben, nachdem Probleme auftauchten.
Men vroeg de leidinggevende een rapport te schrijven nadat er problemen waren ontstaan.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een persoon vooraan voor met een badge «Leiter» die een team aanstuurt.
Klinkt een beetje als het Engelse ‘leader’.
der -> stel je een mannelijke manager met stropdas voor om het mannelijke geslacht te onthouden.
Opmerkingen
Verwar dit mannelijke «Leiter» (leider, manager) niet met «die Leiter» (vrouwelijk), wat «ladder» betekent.