adjective
zout
B1
salzig betekent ‘zout’ en beschrijft de smaak van eten of dranken. Het is een trapbaar bijvoeglijk naamwoord: salziger, am salzigsten. Veelgebruikte tegenstelling: süß. Je gebruikt het attributief en predicatief, zonder bijzondere grammatica. Vaak in recepten en smaakbeschrijvingen.
Voorbeelden
Der Fisch ist zu salzig.
De vis is te zout.
Die Suppe schmeckte salzig, weil der Koch zu viel Salz streute.
De soep smaakte zout, omdat de kok te veel zout strooide.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je zout uit een zoutvaatje strooit en iets scherps proeft.
salty ~ salzig (vergelijkbaar geluid en betekenis)
Opmerkingen
Gebruikt om een sterke zoute smaak te beschrijven. Kan letterlijk (eten) en figuurlijk worden gebruikt (bijv. 'een zoute opmerking' voor een scherpe opmerking).