noun
zalf, smeersel
B1
Salbe (v.) betekent ‘zalf’ of ‘smeersel’: een medicinale crème of zalf voor op de huid. Meervoud: Salben. Regelmatige verbuiging: die Salbe, der Salbe. Veel gebruikt in apotheek, verzorging en eerste hulp.
Voorbeelden
Er trug eine Salbe auf die Wunde auf.
Hij bracht een zalf aan op de wond.
Die Salbe hilft gegen den Juckreiz.
De zalf verlicht de jeuk.
Die Salbe hilft gegen den Juckreiz.
De zalf helpt tegen de jeuk.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein tube met het label «Salbe» voor dat op een pijnlijke plek wordt gesmeerd
salve (Engels) klinkt als Salbe
de Salbe — denk aan «de» als vrouwelijk, zoals «de dame» die crème aanbrengt
Opmerkingen
Salbe verwijst naar een medicinale zalf voor uitwendig gebruik. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord; veelgebruikt in apotheken. «Salbe» kan ook in figuurlijke uitdrukkingen voorkomen (bijv. een «verzachtend» woord).