noun
salon, kapsalon, ontvangstkamer
B1
Salon betekent ‘salon’, ‘ontvangkamer’ of, afhankelijk van de context, ‘kapsalon’. Mannelijk zelfstandig naamwoord: der Salon, meervoud Salons. Regelmatige verbuiging: dem Salon, des Salons. Het woord is ontleend aan het Frans en klinkt vrij formeel of stijlvol.
Voorbeelden
Der Friseursalon ist am Montag geschlossen.
De kapsalon is op maandag gesloten.
Als man den Salon renovierte, bemerkten die Kunden, dass die Preise leicht stiegen.
Toen de salon werd gerenoveerd, merkten de klanten dat de prijzen licht stegen.
Ich habe einen Termin im Salon für einen Haarschnitt.
Ik heb een afspraak bij de salon voor een knipbeurt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een rij stoelen, spiegels en föhns voor in een salon.
salon klinkt hetzelfde als Salon.
Der Salon — denk aan 'der' als 'der Herr' (een man) die de winkel binnenloopt.
Opmerkingen
Salon kan een schoonheids-/kapsalon betekenen of, in ouder gebruik, een ontvangstruimte/parlour. Mannelijk zelfstandig naamwoord.