noun
woonplaats, verblijfplaats, woonadres
B1
Wohnort betekent „woonplaats” of „plaats van verblijf”, dus de plek waar iemand woont. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Wohnort, meervoud die Wohnorte. Regelmatige meervoudsvorm. Vaak in formulieren: den Wohnort angeben.
Voorbeelden
Bitte geben Sie Ihren Wohnort auf dem Formular an.
Vul alstublieft uw woonplaats in op het formulier.
Sein Wohnort ist eine kleine Stadt an der Küste.
Zijn woonplaats is een kleine stad aan de kust.
Die Behörde überprüfte den Wohnort der Antragsteller, weil Unstimmigkeiten bei den Formularen entdeckt worden waren.
De instantie controleerde de woonplaats van de aanvragers, omdat er onregelmatigheden in de formulieren waren ontdekt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een huis-icoon op een kaartspeld voor met het label «Wohnort».
Wohn- klinkt als «own» (eigen) + Ort (plaats) — je «eigen plek».
der = denk aan «der Ort» (de plaats) om het mannelijke geslacht te onthouden.
Opmerkingen
«Wohnort» wordt vaak gebruikt in officiële formulieren en in het dagelijks taalgebruik om de stad of plaats aan te geven waar iemand woont.