noun
salade
A1
Salat is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘salade’, zowel het gerecht als soms bladgroente. Meervoud: Salate. Regelmatige verbuiging: der Salat, des Salats, den Salaten. Veel gebruikt in combinaties als mit Dressing en einen Salat essen.
Voorbeelden
Zum Mittagessen esse ich gerne einen frischen Salat.
Voor de lunch eet ik graag een verse salade.
Die Gäste reklamierten das Restaurant, weil sie den Salat zu trocken fanden, obwohl der Koch erklärte, dass er ihn frisch zubereitet hatte.
De gasten klaagden bij het restaurant omdat ze de salade te droog vonden, hoewel de kok uitlegde dat hij die vers had bereid.
Ich bestelle einen Salat.
Ik bestel een salade.
Details
Ezelsbruggetjes
Klinkt als ‘salade’ in het Nederlands — Salat ≈ salade.
Der Salat — denk aan ‘der’ als mannelijk, zoals een bord met salade erop.
Opmerkingen
Kan verwijzen naar één saladegerecht of naar soorten sla/salade (mv. Salate).