Saft

noun
sap
A1

Saft is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „sap” van fruit of groente; soms ook „plantensap”. Meervoud: Säfte, met umlaut. Genitief enkelvoud: des Saftes. Veel gebruikt in samenstellingen zoals Apfelsaft en Orangensaft.

Voorbeelden

Ich trinke jeden Morgen Orangensaft.
Ik drink elke ochtend sinaasappelsap.
Ein Glas Orangensaft zum Frühstück ist sehr gesund.
Een glas sinaasappelsap bij het ontbijt is erg gezond.
Nachdem die Kinder den Saft verschüttet hatten, holte die Mutter Tücher, damit der Fleck sofort entfernt werden konnte.
Nadat de kinderen het sap hadden gemorst, haalde de moeder doeken zodat de vlek meteen kon worden verwijderd.

Details

MeervoudSäfte

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Saftdie Säfte
genitivedes Saftesder Säfte
dativedem Saftden Säften
accusativeden Saftdie Säfte

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je zacht fruit voor dat tot sap wordt gemaakt.
👂«Saft» klinkt een beetje als «soft» zonder de o — stel je zacht fruit voor dat tot sap wordt gemaakt.
⚧️Der Saft — denk aan drankjes zoals «der Saft» (mannelijk), koppel het aan «der Saftkrug».

Opmerkingen

Kan telbaar of ontelbaar zijn, afhankelijk van de context; meervoud «Säfte» wanneer het om soorten sappen gaat.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek