noun
zak, tas
B1
Sack (der, mv. Säcke) betekent ‘zak’ of ‘zak/zakje’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord met meervoud met umlaut: Säcke. Je ziet ook vormen als des Sacks en den Säcken. Het meervoud is belangrijk om te onthouden.
Voorbeelden
Der Sack ist schwer, kannst du ihn tragen?
De tas is zwaar, kun je hem dragen?
Er packte die Äpfel in einen Sack.
Hij stopte de appels in een zak.
Weil sich der Griff am Sack gelöst hatte, musste der Fahrer das Gepäck neu verpacken, bevor die Reise weiterging.
Omdat het handvat aan de zak los was geraakt, moest de chauffeur de bagage opnieuw inpakken voordat de reis verderging.
Details
Ezelsbruggetjes
Hetzelfde als het Engelse « sack » — helpt de betekenis meteen te onthouden.
der (mannelijk): stel je een mannelijke drager voor die een zware zak draagt.
Opmerkingen
Veelgebruikt alledaags woord voor zakken of eenvoudige tassen; het meervoud is « Säcke ».