Hähnchen

noun
kip, gebakken kip
A1

Hähnchen is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Hähnchen, met de betekenis „kipje”, „jonge kip” of „kipgerecht/gebakken kip”. Het verkleiningsachtervoegsel -chen maakt het woord onzijdig. Meervoud gelijk: die Hähnchen.

Voorbeelden

Die Gäste bestellten Hähnchen, weil das Restaurant regionale Spezialitäten anbot.
De gasten bestelden kip, omdat het restaurant regionale specialiteiten aanbood.
Das Hähnchen im Restaurant war sehr lecker.
De kip in het restaurant was erg lekker.
Wir essen heute Hähnchen.
We eten vandaag kip.

Details

MeervoudHähnchen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Hähnchendie Hähnchen
genitivedes Hähnchensder Hähnchen
dativedem Hähnchenden Hähnchen
accusativedas Hähnchendie Hähnchen

Ezelsbruggetjes

👁️stel je een kleine geroosterde kip op een bord voor als je «das Hähnchen» zegt
⚧️das (onzijdig) — stel je een neutraal bord voor met het label «das Hähnchen»

Opmerkingen

Hähnchen verwijst meestal naar kip als voedsel; het meervoud blijft vaak onveranderd (Hähnchen).

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek