Sache

noun
ding, zaak, kwestie, onderwerp
A2

Sache (die) betekent ‘ding’, ‘zaak’ of ‘kwestie’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Sache; meervoud: Sachen. Je gebruikt het concreet én abstract. Veelvoorkomende uitdrukkingen zijn in Sachen (‘inzake’), zur Sache (‘ter zake’) en um die Sache.

Voorbeelden

Das ist meine Sache.
Dat is mijn zaak.
Die Sache ist komplizierter als gedacht.
De zaak is ingewikkelder dan gedacht.
Der Anwalt erklärte die Sache so genau, dass der Mandant die nächsten Schritte verstand.
De advocaat legde de zaak zo nauwkeurig uit dat de cliënt de volgende stappen begreep.

Details

MeervoudSachen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Sachedie Sachen
genitiveder Sacheder Sachen
dativeder Sacheden Sachen
accusativedie Sachedie Sachen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een klein doosje voor met ‘Sache’ erop.
👂Klinkt als ‘sack-uh’ — denk aan een voorwerp in een zak.
⚧️die Sache — vrouwelijk: visualiseer een vrouw (die) die naar iets wijst.

Opmerkingen

Zeer veelzijdig zelfstandig naamwoord dat in veel idiomatische uitdrukkingen voorkomt (bijv. ‘Dat is een andere zaak’).

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek