riechen

verb
ruiken, stinken, een geur afgeven
A1

riechen betekent „ruiken”: een geur waarnemen of zelf een geur afgeven. Het is een sterk, onregelmatig werkwoord: stam riech-, verleden tijd roch-, voltooid deelwoord gerochen. Hulpwerkwoord: haben. Het kan met een object of met nach voorkomen: nach etwas riechen = naar iets ruiken.

Voorbeelden

Nachdem der Koch das Gericht probierte, roch es so gut, dass die Gäste sofort bestellen wollten.
Nadat de kok het gerecht had geproefd, rook het zo lekker dat de gasten meteen wilden bestellen.
Ich rieche die Blumen.
Ik ruik de bloemen.
Ich habe nichts gerochen.
Ik heb niets geroken.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenPresent: riech-; Präteritum stem: roch- (e→o)

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es riecht
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es roch
Perfekter/sie/es hat gerochen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat je neus snuffelt en het woord «riechen» als geurwolken verschijnt.
👂Klinkt als Engels «reek», dat met geur te maken heeft — riechen = ruiken.

Opmerkingen

Kan betekenen: actief ruiken/snuffelen of een geur afgeven. Het voltooid deelwoord is onregelmatig (gerochen).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichrieche
duriechst
er/sie/esriecht
wirriechen
ihrriecht
sie/Sieriechen
ichwerde gerochen
duwirst gerochen
er/sie/eswird gerochen
wirwerden gerochen
ihrwerdet gerochen
sie/Siewerden gerochen
ichrieche
duriechest
er/sie/esrieche
wirriechen
ihrriechet
sie/Sieriechen
ichwerde gerochen
duwerdest gerochen
er/sie/eswerde gerochen
wirwerden gerochen
ihrwerdet gerochen
sie/Siewerden gerochen
ichwürde riechen
duwürdest riechen
er/sie/eswürde riechen
wirwürden riechen
ihrwürdet riechen
sie/Siewürden riechen
ichwürde gerochen werden
duwürdest gerochen werden
er/sie/eswürde gerochen werden
wirwürden gerochen werden
ihrwürdet gerochen werden
sie/Siewürden gerochen werden
duriech
ihrriecht
Sieriechen