verb
grillen, barbecueën
A1
grillen betekent ‘grillen, barbecueën’. Het is een regelmatig zwak werkwoord, niet scheidbaar en niet wederkerig. Voltooid deelwoord: gegrillt; hulpwerkwoord: haben. De vervoeging is regelmatig: ich grille, du grillst.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Familie grillte im Garten, obwohl es den ganzen Tag regnete.
Het gezin barbecueerde in de tuin, hoewel het de hele dag regende.
Im Sommer grillen viele Menschen am See.
In de zomer barbecueën veel mensen bij het meer.
Wir haben gestern gegrillt.
We hebben gisteren gebarbecued.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je sissend vlees voor op een barbecue-rooster.
grill + -en (zelfde stam als Engels ‘grill’).
niet van toepassing
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Regelmatig zwak werkwoord dat betekent koken op een grill; gebruikt «haben» in samengestelde tijden.