essen

verb
eten
A1

essen betekent ‘eten’ en is een sterk, onregelmatig werkwoord. In de tegenwoordige tijd is er een klinkerwisseling e→i: ich esse, du/er isst; verleden tijd: aß; voltooid deelwoord: gegessen. Hulpwerkwoord: haben. Imperatief: iss / esst. Niet wederkerend.

Voorbeelden

Wir essen um halb acht zu Abend.
We eten om half acht avondeten.
Die Familie aß im Garten, obwohl das Wetter kühl war.
De familie at in de tuin, hoewel het koel weer was.
Er hat eine Pizza gegessen.
Hij heeft een pizza gegeten.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
Stamveranderingene → i (ich esse, du isst, er isst); preterite stem 'aß'

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es isst
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es
Perfekter/sie/es hat gegessen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die aan tafel eet met het label ‘essen’.
👂Klinkt als het Engelse ‘essen’, maar denk aan ‘eat’ — kort en veelvoorkomend.
⚧️n.v.t.

Opmerkingen

De passieve vorm in de Konjunktiv I in de Präteritum wordt voor dit werkwoord niet gebruikt / is zeldzaam; deze velden zijn gemarkeerd als ‘niet van toepassing’.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichesse
duisst
er/sie/esisst
wiressen
ihresst
sie/Sieessen
ichwerde gegessen
duwirst gegessen
er/sie/eswird gegessen
wirwerden gegessen
ihrwerdet gegessen
sie/Siewerden gegessen
ichesse
duessest
er/sie/esesse
wiressen
ihresset
sie/Sieessen
ichwerde gegessen
duwerdest gegessen
er/sie/eswerde gegessen
wirwerden gegessen
ihrwerdet gegessen
sie/Siewerden gegessen
ichwürde essen
duwürdest essen
er/sie/eswürde essen
wirwürden essen
ihrwürdet essen
sie/Siewürden essen
ichwürde gegessen
duwürdest gegessen
er/sie/eswürde gegessen
wirwürden gegessen
ihrwürdet gegessen
sie/Siewürden gegessen
duiss
ihresst
Sieessen