noun
richting, oriëntatie
B1
Richtung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent „richting”, „koers” of „tendens”. Het kan letterlijk en figuurlijk gebruikt worden: in diese Richtung denken. Meervoud: Richtungen. Regelmatige verbuiging: die Richtung, der Richtung, den Richtungen. Vaak met in Richtung.
Voorbeelden
Das Schiff änderte die Richtung, als das Wetter schlechter wurde.
Het schip veranderde van richting toen het weer slechter werd.
Können Sie mir die Richtung zum Bahnhof zeigen?
Kunt u mij de weg naar het station wijzen?
In welche Richtung müssen wir gehen?
In welke richting moeten we gaan?
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groot bord met een pijl voor en het woord ‘Richtung’ erop, dat de weg wijst.
Klinkt een beetje als ‘right-chung’ — denk aan ‘right’ om ‘richting’ te onthouden.
Die = vrouwelijk. Denk aan een bord (die Richtung) — het woord ‘die’ markeert vrouwelijke zelfstandige naamwoorden zoals Richtung.
Opmerkingen
Richtung wordt zowel gebruikt voor fysieke richtingen als voor figuurlijke richtingen (bijv. in gesprekken over de richting van een project).