noun
quiz, kennisquiz
A2
Quiz is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent „quiz”, „kort testje” of „trivia-spel”. Meervoud: Quizze; genitief: des Quiz. Het is een leenwoord uit het Engels en komt vaak voor op school, in media en bij spelletjes. De verbuiging is eenvoudig.
Voorbeelden
Die Klasse bestand das Quiz, obwohl die Fragen sehr schwierig gewesen waren.
De klas slaagde voor de quiz, hoewel de vragen erg moeilijk waren geweest.
Wir spielen ein Quiz.
We spelen een quiz.
Das Pub-Quiz beginnt um acht Uhr.
De pubquiz begint om acht uur.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein spelbord voor met het label „Quiz”.
hetzelfde als het Engelse „quiz”.
das — denk aan „das Quiz” als een klein evenement/object.
Opmerkingen
Meervoudsvormen variëren: „Quiz”, „Quizze” of „Quizzes” — „Quizze” is gebruikelijk in het Duits.