Quiz

noun
quiz, kennisquiz
A2

Quiz is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent „quiz”, „kort testje” of „trivia-spel”. Meervoud: Quizze; genitief: des Quiz. Het is een leenwoord uit het Engels en komt vaak voor op school, in media en bij spelletjes. De verbuiging is eenvoudig.

Voorbeelden

Die Klasse bestand das Quiz, obwohl die Fragen sehr schwierig gewesen waren.
De klas slaagde voor de quiz, hoewel de vragen erg moeilijk waren geweest.
Wir spielen ein Quiz.
We spelen een quiz.
Das Pub-Quiz beginnt um acht Uhr.
De pubquiz begint om acht uur.

Details

MeervoudQuizze

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Quizdie Quizze
genitivedes Quizder Quizze
dativedem Quizden Quizzen
accusativedas Quizdie Quizze

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een klein spelbord voor met het label „Quiz”.
👂hetzelfde als het Engelse „quiz”.
⚧️das — denk aan „das Quiz” als een klein evenement/object.

Opmerkingen

Meervoudsvormen variëren: „Quiz”, „Quizze” of „Quizzes” — „Quizze” is gebruikelijk in het Duits.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek