noun
basketbal
A2
Basketball betekent in het Duits zowel de sport als de bal. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Basketball. Meervoud: die Basketbälle. De vorm is regelmatig; de context laat zien of het om het spel of de bal gaat.
Voorbeelden
Spielen wir Basketball?
Zullen we basketballen?
Am Wochenende spielen wir Basketball im Park.
In het weekend spelen we basketbal in het park.
Die Jugendlichen spielten Basketball, obwohl der Platz nass gewesen war.
De tieners speelden basketbal, hoewel het veld nat was geweest.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een bal in een mand voor; het woord bevat ‘basket’ + ‘ball’.
Klinkt als het Engelse ‘basketball’ — dezelfde sport.
der Basketball — stel je een mannelijke basketballer (der) voor die de bal vasthoudt.
Opmerkingen
Basketball kan verwijzen naar de bal of de sport. In het Duits hoor je ook ‘Basketball spielen’ (basketballen) of, minder vaak, meervoudsvormen zoals ‘Basketbälle’ voor fysieke ballen.