noun
tennis
A2
Tennis (das) betekent de sport ‘tennis’. Onzijdig zelfstandig naamwoord, meestal niet-telbaar; het meervoud blijft Tennis. Verbuiging: das Tennis, dem Tennis, des Tennis. Je zegt gewoon: Tennis spielen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Am Samstag spiele ich Tennis mit Freunden.
Zaterdag speel ik tennis met vrienden.
Ich spiele gerne Tennis.
Ik speel graag tennis.
Der Trainer sagte, dass das Team mehr Tennis übte, weil die Gegner stark waren.
De trainer zei dat het team meer tennis oefende omdat de tegenstanders sterk waren.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een tennisbaan en een racket voor met het woord «Tennis» erboven.
Hetzelfde als het Engelse «tennis».
het — denk aan «het tennis» als andere sportnamen.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt vaak zonder meervoud gebruikt wanneer het om de sport gaat. Het lidwoord is meestal «het». Als een meervoudige betekenis nodig is, gebruiken sprekers meestal termen als «tenniswedstrijden» of formuleren ze anders. | Zelfstandig naamwoord alleen in het enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.