adverb
dwars, diagonaal
B1
quer is een plaatsbijwoord en betekent ‘dwars’, ‘schuin’ of ‘diagonaal’. Het beschrijft richting of ligging, bijvoorbeeld: quer über die Straße, quer durch den Raum. Onveranderlijk en vaak gecombineerd met über of durch.
Voorbeelden
Der Lkw fuhr quer über die Kreuzung, weil die Ampel ausfiel.
De vrachtwagen reed dwars over het kruispunt omdat het verkeerslicht uitviel.
Er ging quer über die Straße, obwohl es keinen Zebrastreifen gab.
Hij liep schuin over de straat, hoewel er geen zebrapad was.
Die Straße verläuft quer durch das Tal.
De weg loopt schuin door de vallei.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een lijn voor die van de ene hoek naar de andere over een pagina loopt (diagonaal) om ‘quer’ te onthouden.
Klinkt als ‘care’, maar begin met een ‘k’-klank: ‘kwer’ — denk aan iets ‘dwars’ door een pagina snijden.
Opmerkingen
'quer' wordt vaak gebruikt om beweging dwars door iets heen of onder een hoek te beschrijven. Het kan samengaan met werkwoorden (querlaufen, queren) of adverbiaal worden gebruikt.