noun
raadsel, puzzel
A2
Rätsel is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘raadsel’, ‘puzzel’ of ‘enigma’. Het meervoud blijft gelijk: Rätsel. Genitief enkelvoud: des Rätsels. Je gebruikt het voor denkpuzzels, mysteries en lastige vragen of problemen.
Voorbeelden
Das Rätsel war schwer zu lösen.
De raadsel was moeilijk op te lossen.
Die Kinder lösten das Rätsel, obwohl es sehr schwierig war, und sie freuten sich über die Lösung.
De kinderen losten de puzzel op, hoewel die erg moeilijk was, en ze waren blij met de oplossing.
Ich löse gerne Rätsel.
Ik los graag raadsels op.
Details
Ezelsbruggetjes
Picture a question mark wearing a detective hat labeled 'das Rätsel'.
Rätsel sounds a bit like 'rattle' — imagine a riddle that rattles your brain.
das Rätsel — neuter: imagine a neutral colored puzzle box with 'das' on it.