preposition
met, door
A1
mit is een Duits voorzetsel dat „met” betekent, soms ook „per/door middel van”. Het staat altijd met de datief: mit dem Auto, mit der Freundin. Gebruik het voor gezelschap, middel of vervoer. Heel frequent.
Voorbeelden
Ich komme mit dir zur Party.
Ik ga met je mee naar het feest.
Die Straße ist mit Kopfsteinpflaster gepflastert.
De straat is geplaveid met kasseien.
Der Zug fuhr mit Verspätung ab, weil ein technisches Problem behoben werden musste.
De trein vertrok met vertraging omdat een technisch probleem moest worden opgelost.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je twee mensen voor die elkaars hand vasthouden met het label «mit» ertussen.
Klinkt als «mitt» — stel je voor dat je iets in een want stopt (met).
Opmerkingen
Voorzetsel dat de datief regeert.