preposition
voor
A1
für is een voorzetsel en betekent ‘voor’. Het regeert altijd de accusatief: für mich, für den Mann. Je gebruikt het voor doel, begunstigde, soms duur of ruil. Heel frequent in het Duits en belangrijk om met de juiste naamval te leren.
Voorbeelden
Das Geschenk ist für dich.
Het cadeau is voor jou.
Der Vorstand entschied sich für einen Neubau, weil das alte Gebäude nicht mehr sicher gewesen war.
De raad van bestuur koos voor een nieuw gebouw, omdat het oude gebouw niet langer veilig was geweest.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een cadeaulabel voor met ‘für dich’ (voor jou) om het gebruik te onthouden.
Lijkt op het Engelse ‘for’ — ‘für’ lijkt qua functie erop.
Opmerkingen
Regeert de accusatief.