preposition
tegen, naar, tegen
A1
gegen betekent ‘tegen’, ‘richting’ of ‘ongeveer’ en staat altijd met de accusatief. Je gebruikt het voor fysieke of abstracte tegenstand (gegen die Wand, gegen eine Idee), voor wedstrijden/vergelijkingen (Deutschland gegen Brasilien) en voor een benaderde tijd: gegen sechs.
Voorbeelden
Er ging gegen den Wind.
Hij liep tegen de wind in.
Das Auto fuhr gegen den Baum.
De auto reed tegen de boom.
Die Partei trat gegen das Gesetz an.
De partij verzette zich tegen de wet.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je twee pijlen voor die in tegengestelde richting wijzen met een bordje «gegen» ertussen
klinkt als «gay-gen» → «tegen» (stel je oppositie voor)
Opmerkingen
Regeert de accusatief. Kan «tegen» betekenen (fysiek of als oppositie) en in sommige contexten «naar» (beweging).